Genetic, antigenic and pathogenetic features of porcine circovirus type 2 strains
Notice bibliographique
Résumé
Porcien circovirus type 2 (PCV2) is een alomtegenwoordig virus dat biggen infecteert na het spenen. Het merendeel van deze infecties verloopt subklinisch. Onder bepaalde omstandigheden kunnen PCV2 infecties echter aanleiding geven tot het wegkwijnsyndroom of PMWS (Postweaning Multisystemic Wasting Syndrome). Dit is een multifactoriële ziekte die ernstige groeivertraging, gewichtsverlies en sterfte veroorzaakt bij gespeende biggen en die het afgelopen decennium aanzienlijke productieverliezen heeft veroorzaakt in de varkenssector wereldwijd. Een sterke PCV2 vermeerdering is een noodzakelijke factor voor het induceren van PMWS, doch de factoren die deze sterke vermeerdering induceren zijn slechts gedeeltelijk gekend. Een sterke PCV2 vermeerdering wordt mede veroorzaakt door gastheerspecifieke factoren zoals vaccinatie, co-infectie met andere pathogenen, stimulatie van het immuunsysteem alsook depressie van het immuunsysteem. Ook omgevingsfactoren zoals een te hoge bezettingsdichtheid en onnauwkeurige reiniging en desinfectie van de hokken dragen bij tot een verhoogde PCV2 vermeerdering en PMWS. Virusspecifieke factoren die de PCV2 vermeerdering en het optreden van PMWS beïnvloeden zijn echter niet of nauwelijks gekend. Bovendien wordt het onderzoek naar PMWS bemoeilijkt doordat er geen goed experimenteel model voor deze ziekte bestaat. PCV2 infecties kunnen ook ernstige reproductiestoornissen veroorzaken bij drachtige zeugen, doch deze pathologie komt in de praktijk slechts zelden voor. De voornaamste doelstelling van dit doctoraatsonderzoek was het zoeken naar genetische, antigenische en pathogenetische verschillen tussen PCV2 stammen met een verschillend genotype en afkomstig van varkens met verschillende ziektebeelden. Er werd eveneens onderzocht of het mogelijk was om een reproduceerbaar experimenteel model voor PMWS te ontwikkelen. In een eerste studie werden 16 muis monoklonale antistoffen (mAsn) ontwikkeld die gericht waren tegen het PCV2 kapsied eiwit. Door middel van deze monoklonale antistoffen werd vervolgens de antigenische structuur bestudeerd van 7 PCV2 stammen met een verschillend genotype en die geïsoleerd werden uit gevallen van PMWS, reproductiestoornissen of PDNS (Porcine Dermatitis and Nephropathy Syndrome). Elf mAsn reageerden gelijkaardig met alle 7 PCV2 stammen. Vier mAsn vertoonden een sterk gereduceerde affiniteit voor stammen van het PCV2b genotype in vergelijking met stammen van het PCV2a genotype. Eén mAs reageerde niet met stammen die geïsoleerd werden uit gevallen van reproductiestoornissen. Er werd geconcludeerd dat ondanks de hoge aminozuur identiteit op het niveau van het kapsied eiwit (≥ 91%), er antigenische verschillen bestaan tussen PCV2 stammen met een verschillend genotype en tussen PCV2 stammen die geïsoleerd werden uit verschillende ziektebeelden. In een tweede studie werd er onderzocht of recombinatie tussen 2 verschillende PCV2 virussen die gelijktijdig aanwezig waren in een varken met PMWS aanleiding kan geven tot het ontstaan van een nieuw, genetisch verschillend, recombinant virus. Door middel van een limiterende verdunningsklonering in PK-15 cellen werd een celcultuurgeadapteerde PCV2 stam, die afkomstig was van een varken dat tegelijkertijd geïnfecteerd was met 2 verschillende PCV2 virussen, opgezuiverd in 2 oudervirussen en een recombinant dochtervirus. In de daaropvolgende fylogenetische analyse groepeerde het recombinante dochtervirus zich steeds met gelijkaardige recombinante virussen op afzonderlijke takken in de fylogenetische boom. Er werd geconcludeerd dat PCV2 recombinatie kan ondergaan en dat recombinatie de genetische diversiteit van PCV2 kan verhogen. In een derde studie werd er onderzocht of de genetische en antigenische verschillen die werden waargenomen tussen PCV2 stammen met een verschillend genotype en met een verschillende klinische achtergrond, aanleiding kunnen geven tot verschillen in virale vermeerdering in weefsels van porciene foetussen. Zeven 55-dagen-oude immuno-incompetente foetussen werden chirurgisch geïnoculeerd met PCV2. Eenentwintig dagen na de inoculatie vertoonden alle 7 foetussen gelijkaardige macroscopische letsels en vergelijkbare hoge PCV2 titers werden teruggevonden in inwendige organen van de 7 foetussen. Er werd geconcludeerd dat ondanks de genetische en antigenische verschillen tussen PCV2 stammen met een verschillend genotype en met een verschillende klinische achtergrond, er op dit ogenblik wellicht slechts één PCV2 pathotype bestaat in foetussen. In een laatste studie werd nagegaan of het mogelijk was om een experimenteel model voor PMWS te ontwikkelen gebaseerd op de kennis dat stimulatie van het immuunsysteem de PCV2 vermeerdering verhoogt in varkens. In een in vitro studie werd vastgesteld dat behandeling van bloed mononucleaire cellen met het mitogeen concanavaline A (ConA) de PCV2 productie tot 50 maal verhoogde in T- en B-lymfocyten van het bloed. In een daaropvolgende in vivo studie werd vastgesteld dat ConA-behandeling van gnotobiotische biggen het gemiddeld aantal PCV2-geïnfecteerde T- en B-lymfocyten en monocyten in lymfeknopen 55 maal verhoogde in vergelijking met niet-behandelde biggen. Bovendien werd PCV2 vroeger geïsoleerd uit lymfeknopen van ConA-behandelde biggen en had de helft van de ConA-behandelde biggen een vertraagde immuunrespons. Desondanks werd er geen PMWS waargenomen. Dit doctoraatsonderzoek werpt een nieuw licht op de pathogenese van PCV2 infecties en PMWS.
Récupéré en direct depuis OpenAlex et désinversé. Les résumés ne sont pas conservés dans cette base de données : les index inversés représentent 8,6 Go des 9,3 Go de texte de la base, et le serveur dispose de 13 Go libres.
Comment cette classification a été obtenuedéplier
Prédiction machine sur la base complète
Imitation des enseignantsNi prévalence calibrée, ni vérité terrain. Validation humaine à venir. Le volet Gemma est une étiquette directe du modèle pour chaque travail de la base, lue sur la notice réduite au titre. Le volet Codex est un classifieur appris des 10 348 étiquettes directes de Codex et calibré sur les taux pondérés de l'échantillon; les champs sans appui suffisant ne portent aucun appel Codex. Le mode candidate est l'union des deux volets; le consensus est leur intersection. Ces sorties portent le statut machine_predicted_unvalidated et ne sont pas des étiquettes humaines.
Scores du classifieur distillé par catégorie (deux têtes)
| Catégorie | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Métarecherche | 0,000 | 0,001 |
| Méta-épidémiologie (sens strict) | 0,000 | 0,000 |
| Méta-épidémiologie (sens large) | 0,000 | 0,000 |
| Bibliométrie | 0,001 | 0,000 |
| Études des sciences et des technologies | 0,000 | 0,000 |
| Communication savante | 0,000 | 0,000 |
| Science ouverte | 0,000 | 0,000 |
| Intégrité de la recherche | 0,000 | 0,000 |
| Charge utile insuffisante (le modèle a refusé de juger) | 0,002 | 0,000 |
Scores machine (provisoires)
Les deux têtes enseignantes du modèle étudiant, lues sur ce travail. Un score ordonne la base pour la relecture; il n'affirme jamais une catégorie, et le statut de validation accompagne chaque rangée tel quel.
Scores de référence d'un modèle non mature (critères de maturité non atteints, 7 itérations). Un score ordonne; il n'affirme jamais une catégorie.
score_only:v0-immature-baseline · tel quel depuis la passe de notation : score_only signifie que le nombre peut ordonner les travaux, et qu'aucune étiquette de catégorie n'en découleClassification
machine, non validéePrédiction automatique; un appel candidat d’une seule source (Gemma direct ou Codex distillé), pas un consensus.
Le détail, modèle par modèle et score par score, se trouve en fin de page sous « Comment cette classification a été obtenue ».