Notice bibliographique
Résumé
File Name: PMa_000909_B_Gent_StB.jpg Sublocation: Sint-Baafskathedraal Location: Gent Province: Oost-Vlaanderen Country: Belgium Header: Inv 237; PRAALGRAF van Antonius TRIEST door Jeroom DU QUESNOY de jonge,; 1652-1654; wit en zwart marmer; ingeschakeld; tussen de kolommen P en Q.; Ontwerpen van de putti, nr. 803. Gesmeed ijzeren traliewerk; door Joannes ARENS, 1741.; Volgens kontrakt dd. 8 augustus 1651 tussen de bisschop en Jeroom; du Quesnoy, zou de sepulture uitgevoerd worden in de loop van twee; jaar, te beginnen van I januari 1652. Bij de aanhouding en veroordeling; van J. du Quesnoy op 28 september 1654 was de graftombe; zo goed ale voltooid; dat wil zeggen dat tijdens het proces ter afbetaling; in 1657- I 671 daaromtrent enige betwisting oprees. De kanunniken J. van de Velde en R. van der Meulen verklaarden dat er nog 6 à8 dagen gewerkt was om de sepulture op te richten.; Jacques Cocx en Gery Picq getuigden dat er nog 3 A à dagen nodig; zouden zijn om het aangezicht van de bisschop af te werken.; In het raam van de omstandigheden van het proces is die zogenaamde; onvoltooidheid ongetwijfeld zeer gering te noemen. Dat Gery Picq; en enige meesterknechten, hetzij aan het beeld van 0. L. Vrouw,; hetzij aan dat van de Salvator zouden gewerkt hebben, valt onder de; gebruikelijke atelierpraktijken. Met deze reserve is de graftombe in; haar geheel, inbegrepen de architektonische omraming en de afsluiting,; (zie beneden) uitgevoerd door Jeroom du Quesnoy de jonge.; Zulks sluit niet uit dat aan de XVIIIde eeuwse traditie, medegedeeld; door een zekere Eydama aan P. J. Mariette, enig gehoor mag verleend; worden : A. Triest zou reeds in 1642 zijn graftombe besteld hebben; aan Frans du Quesnoy en daartoe zijn portret naar Rome hebben; gezonden. In de onmogelijkheid het werk te aanvaarden, daar hij de; bedoeling had zich te Parijs te vestigen, zou de beeldhouwer het; portret teruggestuurd hebben, samen met het ontwerp voor de; graftombe en twee putti. Uit de tekst van het kontrakt kan overigens; niet afgeleid worden dat Jeroom het ontwerp maakte. Jeroom aanvaardt; de sepulture te maeken ... volgende de modelle daervan zijnde; bij mij onderschreven ten contentemente van de zelve Zijn Hoochweerdicheijt; ghestelt op de hoochde van derthien voeten ... Het woord; ghestelt slaat m.i. op de opstelling van de sepulture ter hoogte van; dertien voet. Ook verder is het woord stellen herhaaldelijk gebruikt; in de betekenis van de materiële oprichting. De bisschop kon het; model reeds in handen hebben, het aan Jeroom du Quesnoy opleggen,; die het dan voor aanvaarding zou onderschreven hebben. Dit ia een; gebruikelijke handelwijze.; Verder moet verwezen worden naar de twee terracotta putti die; tot circa 1956 in de tuin van het bisschoppelijk paleis stonden,; sindsdien in de krypte, en die waarschijnlijk de originele bozzetti; voor de putti van de tombe zijn ; derhalve mogelijk de oorspronkelijke; werken die Frans du Quesnoy uit Rome gezonden had, volgena de; vermelde traditie.; Wat er ook van weze, op kunsthistorisch plan kan de invloed van; Frans niet uitgeschakeld worden, en, gelet op de wonderbare eenheid; in de kompositie, is een ontwerp van Frans, als grondslap voor; het werk, zeer waarschijnlijk.; Ten onrechte werd sedert Kervyn (1857) tot en met R, Matthijs(1942) tot en met M, Casteels (1961)het gedeelte van het grafmonument, dat; do funktie vertvult van koorafsluiting , geïdentificeerd met een volgens dokurnenten uit 1624- 1625 bekende koorafsluiting, geschonken; door de stadsmagistraat en uitgevoerd door R. De Nole (voor weerlegging,; zie E. Dhanens, 1964).; In 1700 (volgens rekening Fundatie Triest, fol. 25-27) worden sommige; werken uitgevoerd aan weerszijden van de sepulture van Mgr.; Triest naar houten modellen geleverd door Matthijs de Revel,; schrijnwerker, en Joannes de Cleef, schilder ; zulks ongetwijfeld om; een zekere eenheid te bewerkstelligen met de inmiddels opgerichte; graftombe - d'Allamont die hoger en breder was uitgewerkt (zie; nr. 240). Daartoe werd de bekleding van de pijler P in kwart cirkel; aangevuld en die van pijler Q gekopieerd naar het voorbeeld van die; aan weerszijden van het Allamont graf, d.w.z. met twee pilasters en; een witmarmeren paneel. Het verschil in peil tussen graftombe en; pijlerbekleding werd opgevangen door een met akanthus versierde; konsole. In 1730-1731 (Rekening Fundatie, fol. 18) noteert men een; uitgave voor den vingher vast te maecken van de figure van S. H. den; Donateur. Het betreft zonder twijfel de linker wijsvinger.; Achter de twee staande beelden werd in 1741 door J. Arens een gesmeed; ijzeren traliewerk geplaatst om het koor af te sluiten jeghens de dieven; (Kervyn, IIO noot 3). In 1781 werd Karel van Poucke betaald om; een nieuwe hand van het 0. L. Vrouwbeeld aan te passen. Het; betreft de uitgestrekte rechterhand.; Het grafmonument is opgericht op rechthoekig plattegrond, afgebakend,; langs achter door de afsluiting en zijdelings door twee gedraaide; kolommen met loofwerk, op rechthoekig voetstuk. Een; horizontale kroonlijst met twee vooruitspringende zijstukken verbindt; de elementen langs boven.; De afsluiting is verdeeld in drie open traveeën waarvan de rechtstanden; bekleed zijn door vlakke pilasters, langs voor zwart, langs achter; wit, en met witmarmeren Corintisch kapiteel. De middelste travee,; overeenstemmend in breedte met de sarkofaag, is voorzien van vijf; geprofileerde spijlen van zwart marmer; samen met de pilasters en; de bekroning, vormt zij als het ware een portiek achter de sarkofaag; met het ligbeeld. De smalle buitenste traveeën zijn rondbogig afgedekt; en vormen een open nisomraming voor de twee staande beelden.; De prelaat, in half liggende houding, naar Italiaans XVIde eeuws; voorbeeld, het hoofd naar het altaar gericht, steunt met zijn rechterarm; op twee kussens, terwijl zijn linkerhand achteloos op de knie; ligt; kromstaf en mijter naast zijn gekruiste voeten. Het aangezicht; van de bisschop is diepgaand gekarakteriseerd : natuurlijke adel en; gezag, doordringende intelligentie en een zekere scepsis, maar ook; goedheid en deemoed liggen op het aangezicht te lezen.; Het epitaaf op de voorkant van de sarkofaag bestaat uit een brede; rechthoekige witmarmeren plaat waarop in half verheven beeldhouwwerk; twee mollige engeltjes die de dubbele kartouche houden.; De tekst luidt : ANTONIUS VII EPISCOPUS GANDAVENSIS DESIDERAVIT; QUOD MORTALE HABUITH,I C DEPONI. SACERDODSU, (MA)B ARA DESCENDIS,; TE OBTESTATUR UT QUOD DEFUNCTO DEBES, EXSOLVAS HOC ACUA; SACRA ASPERGE, ET IMMORTALI AETERNAM PACE(MA)P PRECARE ET VALE.; - Antonius, zevende bisschop van Gent, verlangde dat, wat hij; sterfelijks had, hier werd neergelegd. Priester, terwijl gij van het; altaar neerdaalt, u verzoekt hij met aandrang dat gij, wat gij de; overledene schuldig zijt, zoudt inlossen : besprenkel dit met gewijd; water, en voor het onsterfelijke, bid om de eeuwige rust en vaarwel.; Aan weerszijden van de sarkofaag, op een klein vooruitspringend; basement, zit een putto, links met zandloper, 52,s cm, rechts met; omgekeerde fakkel, 53 cm, symbolen van tijd en dood : het eerste; blikt de toeschouwer aan, terwijl het tweede naar de overledene; opkijkt (bozzetti, nr. 803).; De beelden van 0. L. Vrouw en Christus zijn frontaal opgesteld in; de zijdelingse openingen van de afsluiting, dit is ten opzichte van de; sarkofaag op een tweede en hoger plan. Er is geen aktieve betrekking; tussen de bisschop en de twee figuren, zoals dit het geval zal zijn in; de graftomben van Mgr. van den Bosch en d'Allamont, alleen een; kompositorisch verband. Zulks stemt ook overeen met de spreuk; van de bisschop : CONFIDENTER, die getuigt dat hij een rotsvast vertrouwen; heeft zowel in de tussenkomst van 0. L. Vrouw als in de; barmhartigheid van Christus.; De O. L. Vrouw (afb. 99), in een prachtig vloeiende contrapostische; houding, overigens zeer sterk verwant met de H. Suzama van Frans; du Quesnoy in Santa Maria di Loreto te Rome, wijst met haar; rechterhand naar de prelaat terwijl zij het hoofd naar haar Zoon; richt.; De Christus, als Salvator Mundi, is geïnspireerd door die van Michelangelo; in de Santa Maria Sopra Minerva te Rome maar ook enigszins; door de verrijzende Christus van Giovanni Bologna (Jean Boulogne); te Lucca.; De inschriften onder beider voetstukken vormen één tekst : RECORDARE; FILI / MISERICORDIAE TUAE. -Gedenk, Zoon, uw barmhartigheid.; Midden in de fries van de kroonlijst is een kleine rechthoekige; kartouche ingeschakeld, waaronder een cherub ; twee lauwersnoeren; verbinden de cherub met de kapitelen van de pilasters. In de kartouche; leest men : NON INTRES IN JUDICIUM CUM SERVO TUO, DOMINE. - Treed; niet in het geding met uw dienaar, Heer. In de fries : IN FORAMINIBUS; PETRAE MEA CONFIDENTIA. - In de rotsspleten is mijn vertrouwen.; Deze laatste tekst verbindt een fragment uit het Hooglied, 2, 14, met; de spreuk van de bisschop.; In de bekroning : het wapenschild van de bisschop met hoed, koorden; en tweemaal zes kwasten; twee engeltjes : het ene houdt al vliegend; de bisschopshoed vast; het andere zit op de kroonlijst. De kartouche; zelf is bekroond door een kruis en twee lampen; op de vooruitspringende; delen van de kroonlijst, juist boven de gedraaide; kolommen, een witmarmeren kandelaar; verder twee koperen kandelaars.; De aansluitende pijlerbekleding (1700) bestaat uit zwart marmer met; twee witmarmeren gegroefde pilasters ; in de plint, een wit marmeren; paneel met twee gekruiste lauwertakken, kartouche met A T-monogram,; kroon met drie gevleugelde zandlopers; op de band van de; kroon, bisschopsstaf en bijl, twee lampen en fakkels.; De smeedijzeren tralie (1741) achter de staande beelden is uitgewerkt; als een ondiepe nis en in geometrische vakken verdeeld;; sierlijke symmetrisch aangelegde voluten met enige bladeren en een; régenceschelp in het halfronde bovenvak.; Vermeld door alle gidsen en beschrijvingen. HELLIN, 38-42; KERVYN, 108; INV. ARCH. G., 214; P. J. *IETTE, Abec
Récupéré en direct depuis OpenAlex et désinversé. Les résumés ne sont pas conservés dans cette base de données : les index inversés représentent 8,6 Go des 9,3 Go de texte de la base, et le serveur dispose de 13 Go libres.
Comment cette classification a été obtenuedéplier
Prédiction distillée sur la base complète
Imitation des enseignantsNi prévalence calibrée, ni vérité terrain. Validation humaine à venir. Apprise à partir de 10 348 étiquettes directes de Codex et de 10 348 étiquettes directes de Gemma. Le mode candidate est l'union des têtes enseignantes seuillées; le consensus est leur intersection. Ces sorties portent le statut machine_predicted_unvalidated et ne sont ni des étiquettes humaines ni des étiquettes directes de modèles de pointe.
Scores Codex et Gemma par catégorie
| Catégorie | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Métarecherche | 0,001 | 0,001 |
| Méta-épidémiologie (sens strict) | 0,001 | 0,001 |
| Méta-épidémiologie (sens large) | 0,001 | 0,000 |
| Bibliométrie | 0,001 | 0,001 |
| Études des sciences et des technologies | 0,004 | 0,001 |
| Communication savante | 0,002 | 0,000 |
| Science ouverte | 0,004 | 0,004 |
| Intégrité de la recherche | 0,001 | 0,001 |
| Charge utile insuffisante (le modèle a refusé de juger) | 0,944 | 0,941 |
Scores machine (provisoires)
Les deux têtes enseignantes du modèle étudiant, lues sur ce travail. Un score ordonne la base pour la relecture; il n'affirme jamais une catégorie, et le statut de validation accompagne chaque rangée tel quel.
Scores de référence d'un modèle non mature (critères de maturité non atteints, 7 itérations). Un score ordonne; il n'affirme jamais une catégorie.
score_only:v0-immature-baseline · tel quel depuis la passe de notation : score_only signifie que le nombre peut ordonner les travaux, et qu'aucune étiquette de catégorie n'en découleClassification
machine, non validéePrédiction automatique; les deux têtes enseignantes s’accordent sur ce qui est montré ici.
Le détail, modèle par modèle et score par score, se trouve en fin de page sous « Comment cette classification a été obtenue ».