Chapeau Agreement: militaire samenwerking met de Verenigde Staten juridisch onderbouwd?
Bibliographic record
Abstract
De Nederlandse krijgsmacht werkt op veel verschillende gebieden samen met buitenlandse militaire partners. Dit varieert van de ontwikkeling en aanbesteding van geavanceerde (wapen)systemen tot internationale coördinatie van zee- en luchttransport en van de uitwisseling van individuele personeelsleden tot ezamenlijk optreden in crisisbeheersingsoperaties tot ver buiten de landsgrenzen. Voor het vastleggen van de afspraken over deze internationale militaire samenwerking kunnen landen kiezen voor verdragen in de zin van de Weense Conventie. ) Daarnaast is een wijdverbreide praktijk ontstaan om in plaats \nhiervan minder formele, niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten ) te gebruiken die in de praktijk vaak worden aangeduid als Memoranda of Understanding. Een gebruik dat overigens niet is beperkt tot militaire samenwerking en ook veel toepassing vindt op bijvoorbeeld monetair en milieugebied. ) \nVeel landen, waaronder Nederland, zien dit laatste type overeenkomst als een soort internationaal convenant of beleidsakkoord dat de betrokken ministers weliswaar politiek verplicht zich aan de gemaakte afspraken te houden, maar dat verder de landen niet in juridische zin kan binden. Er bestaan echter geen internationaal-rechtelijke regels over dit type afspraken, zodat onduidelijkheid kan ontstaan of het inderdaad om niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten gaat of dat zij misschien toch echte verdragen vormen. Verschil van inzicht hierover kan met name bestaan met landen die binnen hun rechtssysteem vereenvoudigde \nprocedures kennen voor het afsluiten van verdragen, die raakvlakken hebben met de procedures voor het opstellen van niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten. \nDe Verenigde Staten (VS) vormen een voorbeeld van een land waarmee Nederland op defensiegebied nauw samenwerkt en waar bepaalde uitvoerende instanties bevoegd zijn om verdragen in vereenvoudigde vorm af te sluiten (executive agreements). Overeenkomsten van dit type zijn enerzijds verdragen in de zin van de Weense conventie, maar vertonen anderzijds kenmerken van niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten. De ervaringen van de afgelopen jaren laten zien dat door de raakvlakken die tussen beide soorten overeenkomsten bestaan, onduidelijkheid kan ontstaan over de afspraken op het gebied van militaire samenwerking tussen Nederland en de VS. Een overeenkomst kan door de VS worden gezien als een verdrag in de vorm van een executive agreement terwijl Nederland diezelfde \novereenkomst aanmerkt als niet-juridisch verbindende overeenkomst. Dit verschil van inzicht vraagt om de nodige omzichtigheid bij het formaliseren van de gewenste en soms ook noodzakelijke samenwerking met de VS. Ditzelfde probleem was begin jaren negentig van de vorige eeuw voor het Verenigd Koninkrijk (VK), Canada en Australië aanleiding hierover verdragen te sluiten met de VS. Deze zogenoemde ‘Chapeau agreements’ ) worden momenteel verder uitgewerkt’ ) en bestrijken nu vrijwel het hele vlak van militaire samenwerking. Uit de praktijk van deze landen blijkt dat de in de Chapeau agreements vastgelegde regelingen verschillen van inzicht in het karakter van de gemaakte afspraken helpen overbruggen. Deze bijdrage gaat in op het gebruik van niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten en bespreekt de mogelijkheden die een Chapeau agreement kan bieden voor de Nederlandse defensie. Het belang van een Chapeau agreement is moeilijk uit te leggen zonder eerst stil te staan bij de niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten. Daarom ga ik eerst uitgebreid in op de kenmerken van deze overeenkomsten en de beperkingen die aan het gebruik hiervan kleven. Vervolgens schets ik in hoofdlijnen de Amerikaanse executive agreement. In daarop \nvolgende paragraaf wordt besproken hoe de verschillende zienswijzen op het gebruik van niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten de laatste decennia meer in de aandacht kwamen te staan. Na een beschrijving van de Chapeau agreement en de meest recente ontwikkelingen op dit gebied, wordt onderzocht of het afsluiten van een Chapeau agreement tussen Nederland en de VS het gebruik van niet-verdragsrechtelijke overeenkomsten kan vereenvoudigen
Fetched live from OpenAlex and de-inverted. Abstracts are not stored in this database: the inverted indexes are 8.6 GB of the frame’s 9.3 GB of text, and the host has 13 GB free.
How this classification was reachedexpand
Full frame machine prediction
Teacher imitationNot calibrated prevalence, not ground truth. Human validation pending. The Gemma side is a direct model label for every work in the frame, read from the title-only record. The Codex side is a classifier learned from the 10,348 direct Codex labels and calibrated to design-weighted sample rates; fields without enough sample support carry no Codex call. Candidate is the union of the two sides; consensus is their intersection. These outputs are machine_predicted_unvalidated and are not human labels.
Distilled classifier scores by category (both heads)
| Category | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Metaresearch | 0.004 | 0.010 |
| Meta-epidemiology (narrow) | 0.000 | 0.000 |
| Meta-epidemiology (broad) | 0.000 | 0.000 |
| Bibliometrics | 0.001 | 0.001 |
| Science and technology studies | 0.015 | 0.010 |
| Scholarly communication | 0.010 | 0.010 |
| Open science | 0.002 | 0.010 |
| Research integrity | 0.005 | 0.007 |
| Insufficient payload (model declined to judge) | 0.034 | 0.003 |
Machine scores (provisional)
The two teacher heads of the student model, read on this work. A score orders the frame for review; it never asserts a category, and the validation status ships verbatim with every row.
Baseline scores from an immature model (maturity gate not passed, 7 training rounds). Scores rank; they never assert a category.
score_only:v0-immature-baseline · verbatim from the scoring run: score_only means the number may rank works, and no category label ships from itClassification
machine, unvalidatedMachine predicted; a candidate call from one source (direct Gemma or distilled Codex), not a consensus.
How this classification was reached, model by model and score by score, is at the end of the page under "How this classification was reached".