MétaCan
Menu
Back to cohort
Record W6906288744 · doi:10.17026/ar/vzueyo

Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (22382.001) Vossen 20 te Nieuw-Milligen

2024· dataset· nl· W6906288744 on OpenAlex

Why this work is in the frame

A frame that forgets how it found something cannot be audited. These are the routes that admitted this work.

aboutThe title or abstract carries a Canadian signal from the geographic lexicon.
no affNo Canadian affiliation: this work is invisible to an affiliation-only frame.
No Canadian affiliation. An affiliation-only frame, the usual design, would never have seen this work. It is one of the works that make the case for inverting the frame.

Bibliographic record

VenueDANS Data Station Archaeology · 2024
Typedataset
Languagenl
FieldComputer Science
TopicImage Processing and 3D Reconstruction
Canadian institutionsnot available
Fundersnot available
KeywordsNova scotiaOfficerContext (archaeology)

Abstract

fetched live from OpenAlex

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten/sporen uit de perioden Laat Paleolithicum t/m Bronstijd, een middelhoge verwachting voor de perioden IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen. Het plangebied ligt in een gebied dat gekenmerkt wordt door kameterrassen en daluitspoelingswaaiers deels bedekt met dekzand en specifiek op de noordwestelijke uitloper van een gebied met dekzandruggen/-welvingen. Alleen de noordoosthoek ligt op de overgang naar een dekzandlaagte. Vooral voor de tijd van de grootschalige ontginningen kwamen in de omgeving veel vennetjes/meertjes voor (vooral binnen relicten van zogenaamde doodijsgaten), waarvan een aantal nog steeds aanwezig zijn. Voor zowel jagers-verzamelaars (Laat Paleolithicum t/m Midden Neolithicum) als voor landbouwers (vanaf het Laat Neolithicum) zal het plangebied een gunstige ligging hebben gehad voor het ontplooien van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten. Binnen het onderzoeksgebied zijn diverse (oude) vondstmeldingen bekend, waarbij voornamelijk Steentijd en Laat Prehistorisch vondstmateriaal is aangetroffen, daarbij soms in grafheuvelcontext. Ook een recent uitgevoerd proefsleuvenonderzoek circa 650 meter ten westen van het plangebied heeft bewoningssporen uit de Bronstijd opgeleverd. Op basis van het geraadpleegd historisch kaartmateriaal heeft het plangebied ruim buiten (grote) oude landbouwcomplexen gelegen en heeft langdurig een gebruik gekend als woeste grond/heidegebied. Voor de perioden Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt dan ook een lage verwachting. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat er binnen het merendeel van het plangebied sprake is van enige mate van aftopping/egalisatie en ophoging (het meest noordoostelijke deel), wat waarschijnlijk heeft plaatsgevonden tijdens de realisatie van huidige inrichting/bouw van de nertsenfokkerij. Onder een dunne geroerde/verstoorde toplaag/bouwvoor is echter een (meren)deels intacte bodemopbouw aangetroffen. Het betreft veelal een intact restant van de verwerings-/verbruinings-Bws-horizont en navolgend de overgangs-BC-horizont van de van nature holtpodzolbodem/bruine bosgrond en is aanwezig tussen gemiddeld 30 en 80 cm -mv. Hier is van boven naar beneden een opeenvolging van een Ah/AhE-, EB-, Bws1-/Bws2- en overgangs-BC-horizont. De overgang naar de C-horizont bevindt zich op een diepte van circa 115/120 cm -mv. Het oorspronkelijk moedermateriaal betreft dekzandafzettingen. Bij enkele boringen zijn binnen de boordiepte nog sneeuwsmeltwater-/daluitspoelingswaaierafzettingen aangetroffen wat bevestigd dat het gebied in het algemeen gekenmerkt wordt door een relatief dun deken van dekzand (maar qua dikte nog wel enige variatie vertoond). Voor het gehele plangebied geldt dat het archeologisch potentiële sporenniveau nog merendeels intact aanwezig is. Archeologische sporen, indien aanwezig, zullen meest duidelijk zichtbaar zijn in de BC-horizont en op de overgang naar de C-horizont, tussen gemiddeld 50 en 80 cm -mv binnen het merendeel van het plangebied (terrein van de voorheen in gebruik zijnde nertsenfokkerij). In het meest zuidwestelijke deel van het plangebied zullen archeologische sporen, indien aanwezig, zullen archeologische sporen, indien aanwezig, meest duidelijk zichtbaar op een diepte tussen gemiddeld 80 en 115 cm -mv. Tevens is hier het archeologisch potentiële vondstniveau nog intact aanwezig. Conclusie Geconcludeerd wordt het gehele plangebied zijn hoge en middelhoge verwachting behoudt op het voorkomen van archeologische resten/sporen uit de perioden Laat Paleolithicum t/m Bronstijd en de perioden IJzertijd t/m Vroege Middeleeuwen. De geplande ontwikkeling/bodemingreep (nieuwbouw van drie vrijstaande woningen met ieder een bijgebouw) zullen reiken tot in/voorbij het archeologisch potentiële sporenniveau, waardoor eventueel aanwezige archeologische waarden zullen worden verstoord. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Hier is namelijk sprake van een deels intacte oorspronkelijke bodemopbouw. Omdat archeologische vindplaatsen kunnen worden verwacht met een lage, matige dan wel een hoge spoor-/vondstdichtheid, wordt geadviseerd het vervolgonderzoek in de vorm van een gravend onderzoek te laten uitvoeren. Vindplaatsen met een lage spoor-/vondstdichtheid kunnen met een karterend booronderzoek worden gemist en is dan ook niet geschikt als vervolgonderzoek. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een waarde-stellend proefsleuvenonderzoek. De aan te leggen proefsleuven dienen zich te richten op de geplande nieuwbouw (drie vrijstaande woningen met ieder een bijgebouw, zie bijlage 4). De locaties van de aan te leggen proefsleuven (en daarmee de nieuwbouwlocaties) dient voorafgaand vrij te zijn gemaakt van de bestaande begroeiing/verhardingen en ook dient de bestaande bebouwing te zijn verwijderd/gesloopt. Voor het proefsleuvenonderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Afhankelijk van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan vervolgens door de bevoegde overheid (SAGA) nog besloten worden tot de noodzaak van uitbreiding van het onderzoek naar een opgraving. Hiertoe kan in het PvE een optie tot doorstart naar een definitieve opgraving worden opgenomen, wat de besluitvorming ten bate van verlening van een omgevingsvergunning met betrekking tot de archeologie kan versnellen.

Fetched live from OpenAlex and de-inverted. Abstracts are not stored in this database: the inverted indexes are 8.6 GB of the frame’s 9.3 GB of text, and the host has 13 GB free.

Full frame distilled prediction

Teacher imitation

Not calibrated prevalence, not ground truth. Human validation pending. Learned from the 10,348 direct Codex labels and 10,348 direct Gemma labels. Candidate is the union of thresholded teacher heads; consensus is their intersection. These outputs are machine_predicted_unvalidated and are not human labels or direct frontier model labels.

metaresearch head score (Codex)0.002
metaresearch head score (Gemma)0.001
Version: codex-gemma-dda1882f352aValidation status: machine_predicted_unvalidated
Candidate categoriesMeta-epidemiology (narrow), Science and technology studies, Open science, Research integrity, Insufficient payload (model declined to judge)
Consensus categoriesInsufficient payload (model declined to judge)
DomainCandidate signal: none · Consensus signal: none
Study designCandidate signal: Not applicable · Consensus signal: Not applicable
GenreCandidate signal: Dataset · Consensus signal: Dataset
Teacher disagreement score0.225
Threshold uncertainty score1.000

Codex and Gemma teacher scores by category

CategoryCodexGemma
Metaresearch0.0020.001
Meta-epidemiology (narrow)0.0010.001
Meta-epidemiology (broad)0.0010.000
Bibliometrics0.0010.001
Science and technology studies0.0010.004
Scholarly communication0.0010.002
Open science0.0070.007
Research integrity0.0010.003
Insufficient payload (model declined to judge)0.0010.020

Machine scores (provisional)

The two teacher heads of the student model, read on this work. A score orders the frame for review; it never asserts a category, and the validation status ships verbatim with every row.

Baseline scores from an immature model (maturity gate not passed, 7 training rounds). Scores rank; they never assert a category.

Opus teacher head0.041
GPT teacher head0.309
Teacher spread0.269 · how far apart the two teachers sit on this one work
Validation statusscore_only:v0-immature-baseline · verbatim from the scoring run: score_only means the number may rank works, and no category label ships from it