Archeologisch bureau- en booronderzoek Stationsweg 31 en 31A te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo (Dr.)
Bibliographic record
Abstract
Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het onderzoeksgebied op een ijsstroomheuvelrug ligt, waarbij de bodem bestaat uit loopodzolgronden van lemig fijn zand. De vorming van een podzolprofiel duidt op een hoge en droge ligging, die gunstig was voor bewoning. Dit wordt ondersteund door de ligging van het gebied aan de rand van de Hondsrug. Het onderzoeksgebied maakt deel uit van de historische kern van Zuidlaren (AMK-terrein 14433, terrein van hoge archeologische waarde). Op basis van vondsten uit de omgeving en de ligging van het onderzoeksgebied op de Hondsrug, die van oudsher intensief bewoond werd, kunnen vondsten uit alle archeologische perioden worden verwacht. Op basis van de vondsten uit de omgeving geldt een middelhoge kans voor het aantreffen van resten uit de perioden paleolithicum en mesolithicum, gezien de geringe hoeveelheid bekende vondsten uit deze periode. Vanaf het neolithicum neemt het aantal vondstmeldingen toe en is de kans op het aantreffen van archeologische resten hoog, voor alle perioden vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Binnen het onderzoeksgebied is sprake van bebouwing vanaf circa 1902, maar met name vanaf de jaren ´60 van de vorige eeuw. Vooral de moderne bebouwing zal de bodem hebben verstoord, net als bijbehorende kabels en leidingen. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem verstoord is tot in de pleistocene ondergrond. In twee van de zes boringen is dekzand aangetroffen met hierin een restant B-horizont met een dikte van 0,05 m. Ook hier mist de top van het dekzand. In de overige boringen is alleen keizand of keileem aangeboord. Hierop lag een humeus pakket zand met enige puinresten. Dit is geïnterpreteerd als een recent pakket, opgebracht bij de nieuwbouw in de jaren ‘50 en voornamelijk bestaande uit tuingrond.
Fetched live from OpenAlex and de-inverted. Abstracts are not stored in this database: the inverted indexes are 8.6 GB of the frame’s 9.3 GB of text, and the host has 13 GB free.
How this classification was reachedexpand
Full frame machine prediction
Teacher imitationNot calibrated prevalence, not ground truth. Human validation pending. The Gemma side is a direct model label for every work in the frame, read from the title-only record. The Codex side is a classifier learned from the 10,348 direct Codex labels and calibrated to design-weighted sample rates; fields without enough sample support carry no Codex call. Candidate is the union of the two sides; consensus is their intersection. These outputs are machine_predicted_unvalidated and are not human labels.
Distilled classifier scores by category (both heads)
| Category | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Metaresearch | 0.001 | 0.003 |
| Meta-epidemiology (narrow) | 0.001 | 0.001 |
| Meta-epidemiology (broad) | 0.001 | 0.001 |
| Bibliometrics | 0.002 | 0.005 |
| Science and technology studies | 0.005 | 0.001 |
| Scholarly communication | 0.005 | 0.003 |
| Open science | 0.001 | 0.004 |
| Research integrity | 0.002 | 0.003 |
| Insufficient payload (model declined to judge) | 0.180 | 0.049 |
Machine scores (provisional)
The two teacher heads of the student model, read on this work. A score orders the frame for review; it never asserts a category, and the validation status ships verbatim with every row.
Baseline scores from an immature model (maturity gate not passed, 7 training rounds). Scores rank; they never assert a category.
score_only:v0-immature-baseline · verbatim from the scoring run: score_only means the number may rank works, and no category label ships from itClassification
machine, unvalidatedMachine predicted; a candidate call from one source (direct Gemma or distilled Codex), not a consensus.
How this classification was reached, model by model and score by score, is at the end of the page under "How this classification was reached".