Internationale samenwerking binnen het Innovatiesysteem van de Canadese farmaceutische industrie.\n\nEen verkennend onderzoek naar de kennisintensieve samenwerking tussen de farmaceutische sector van Canada en Nederland
Bibliographic record
Abstract
De farmaceutische sector is als onderdeel van de Life Sciences opgenomen in het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Dit beleid richt zich op het bevorderen van de doorgroei van bedrijven, het verbeteren van het innovatie- en investeringsklimaat en het stimuleren van internationale samenwerking. Stimuleren van dit innovatiesysteem blijkt erg belangrijk omdat de internationale concurrentiepositie niet zonder impulsen behouden blijft, zoals ook blijkt uit de recente sluiting van enkele Nederlandse onderzoeksfaciliteiten van grote farmaceutische bedrijven als MSD (het vroegere Organon) en Abbott.\n\nDeze studie heeft zich gericht op een van de stimuleringspilaren in het innovatiebeleid, het ‘stimuleren van internationale samenwerking’. Veel farmaceutische kennis bevindt zich buiten de Nederlandse grenzen. Dit maakt dat internationale samenwerking steeds belangrijker is in de ontwikkeling van deze kennisintensieve sector. In dit internationale veld heeft de Nederlandse farmaceutische sector een goede reputatie met een groot aantal onderzoekers, de omvang van de investeringen en de kwaliteit van farmaceutisch onderzoek. Om meer inzicht te krijgen in kansen voor internationale samenwerking is voor dit onderzoek een casestudy uitgevoerd, waarin de farmaceutische sector van Canada centraal staat. Canada is een interessante ‘case’ vanwege de mondiaal grote en goed presterende farmaceutische sector, de economische relaties die reeds tussen beiden landen bestaan en met oog op het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) dat mogelijk medio 2012 getekend gaat worden door Canada en de Europese Unie. Dit akkoord biedt kansen voor Nederland als EU lid om de relatie tussen de Nederlandse en Canadese farmaceutische sector te vergroten.\n\nDOELSTELLING\nHet doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de kennisintensieve samenwerking en samenwerkingsmogelijkheden tussen de Nederlandse en Canadese farmaceutische sectoren. Ter verwezenlijking van dit doel is het farmaceutische innovatiesysteem in Canada verkend. Hierbij is nadrukkelijk gekeken naar de netwerken en internationale relaties van Canada.\n\nMETHODE\nVoor het bestuderen van de internationale relaties van de Canadese farmaceutische industrie is gebruik gemaakt van een drie dimensionale analyse. Centraal hierin staat de Regionaal Innovatiesysteem (RIS) benadering. Het doel van RIS studies is de innovatieve prestaties van een regio te bestuderen. Deze benadering staat analyses op het niveau van bedrijven en andere organisaties en hun netwerken toe, zonder een gedetailleerde analyse van technologische innovatie processen. Aan de hand van het RIS is de Canadese farmaceutische sector statisch beschreven. De tweede dimensie analyseert de verschillende functies die in het IS vervuld moeten worden om tot een innovatie te komen. Voor deze studie naar kennisuitwisseling in internationale netwerken is de Wetenschaps- en Technologiemotor gebruikt als instrument om de dynamiek te analyseren. De motor beschrijft de interactie tussen de functies Experimenten van ondernemers, Kennisontwikkeling, Kennisdiffusie in netwerken, Richting geven aan het zoekproces, Mobiliseren van middelen. De derde dimensie analyseert de systeemgebreken die de voorspoedige ontwikkeling van het IS belemmeren. Er kunnen institutionele, infrastructurele, interactie en capaciteiten barrières worden onderscheiden. De analyse van deze barrières is gebruikt om kansen te identificeren voor internationale samenwerking. In het kort:\n1. Regionaal Innovatiesysteem: Statische analyse van de actoren in het Canadese farmaceutische RIS\n2. Systeemfuncties: Dynamische Analyse van de Wetenschaps & Technologiemotor\n3. Systeemgebreken: Belemmeringen in het RIS voor de ontwikkeling van een technologie.\nVoor dit onderzoek is gebruik gemaakt van een literatuurstudie ter beschrijving van de literatuur rond de centrale concepten Regionaal Innovatiesysteem, Systeemfuncties en Systeemgebreken. De Canadese farmaceutische sector is verkend aan de hand van literatuur, een patent- en citatieonderzoek en interviews met experts.\n\nRESULTATEN\nDe Canadese farmaceutische industrie vertoont grote overeenkomsten met de algemene mondiale trends: De sector is onderhevig aan verandering door een verschuiving van onderzoeksactiviteiten van grote farmaceuten naar kleinere contracted research organizations, publieke kennisinstellingen en zelfs universiteiten. Daarnaast vertoont de sector ook een sterke neiging tot geografische concentratie: Montreal, Toronto en Vancouver huisvesten meer de helft van de gehele industrie. In deze gebieden lijkt sprake te zijn van een goed functionerende RIS: alle actoren zijn, van overheid, universiteiten tot industrie, aanwezig. Toch is dat beeld in dit onderzoek genuanceerd. Hoewel enerzijds het belang van verschillenden actoren in het IS is bevestigd, moet tegelijkertijd worden vastgesteld dat de farmaceutische sector uit actoren bestaat die er autonoom en protectionistisch opereren. In deze hightech sectoren zijn kennisspillovers vaak niet de motieven voor ruimtelijke concentratie. Praktische motieven zoals financiële prikkels spelen hier een grotere rol in.\n\nDit vertaalt zich terug in de analyse van de Wentenschaps- en Technologiemotor. Centraal staat kennisontwikkeling en kennisdiffusie die vaak onder een dak plaatsvinden. De sturing vanuit de overheid lijkt niet heel erg actief, maar wel essentieel met betrekking tot het beschikbaar maken van kapitaal en het creëren van een gunstig innovatieklimaat dat resulteert in meer kennisontwikkelings- en kennisdiffusie activiteiten. Het RIS profiteert echter nauwelijks van de kennisontwikkeling en kennisdiffusie van de grote farmaceuten door hun protectionistische houding.\nInternationaal Uit het onderzoek komt duidelijk naar voren dat veel kennisintensieve samenwerking op een internationale schaal plaatsvindt. Er wordt gezocht naar de beste samenwerkingspartners die kunnen bijdragen aan onderzoeksactiviteiten rond een specialistische technologie. De hoofdrolspelers in deze internationale netwerken zijn de actoren met grote kennismassa’s: universiteiten, publieke kennisinstellingen en grote farmaceuten. Wat duidelijk naar voren komt is dat grote farmaceuten steeds meer een actieve rol vervullen in deze netwerken, doordat eigen R&D activiteiten afgestoot worden en kennisontwikkeling veel meer in samenwerking gedaan word met contracted research organizations.\nWanneer meer uitgebreid gekeken gaat worden naar internationale relaties van de Canadese farmaceutische industrie, valt op dat het grootste gedeelte van de partners uit de Verenigde Staten komt, gevolgd door Europa. De landen waar het meest mee wordt samengewerkt binnen Europa zijn Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Dit zijn ook de landen met de grootste kennismassa binnen Europa. Hoewel er een duidelijk patroon zichtbaar lijkt waarin landen met de grootste farmaceutische kennismassa ook de meeste kennisintensieve relaties met Canada hebben, is hier één uitzondering op. Nederland heeft een relatief grote kennismassa, maar dit uit zich niet in evenredige kennisintensieve relaties. Dit duidt op kansen voor de Canadese industrie én voor de Nederlandse industrie.\n\nDe belangrijkste beweegreden tot samenwerking is de aanwezigheid van exclusieve, innovatieve kennis. Verder spelen gemeenschappelijk instituties ook een belangrijke rol. Maar wat verder naar voren kwam is dat het aantrekken van of de aanwezigheid bij grote (bio)farmacieconferenties/congressen ook bijdraagt aan de zichtbaarheid van een industrie. Nederland is voor de Canadese sector onvoldoende zichtbaar. Dit is een gemiste kans aangezien Nederland wel over een rijke en potentieel interessante kennisbasis beschikt en daarnaast baat heeft bij internationale samenwerkingsverbanden. De verwachting is dat wanneer Nederland zich meer profileert als land met een duidelijk farmaceutische identiteit, grote ‘Bio-events’ binnensleept en actiever handelsmissies faciliteert en organiseert hier potentiële winstkansen liggen.\nConcluderend kan worden gesteld dat de farmaceutische sectoren van Nederland en Canada een kennisintensieve relatie hebben met potentie. Hoewel de sectoren elkaar weten te vinden, zou Canada veel meer kunnen profiteren van de kennis die in Nederland aanwezig is. Gezien de kennismassa die in Nederland aanwezig is, wordt hier een kans gemist. De internationale promotie van de sector moet actiever en intensiever plaatsvinden. Vanuit de overheid zou gewaarborgd moeten worden dat de Netherlands Foreign Investment Agency en de Technologische Wetenschappelijk Attaché hierin een structurele, actieve en initiërende sleutelrol blijven innemen. Maar de sector zelf moet ook haar verantwoordelijk nemen. Gezamenlijke inspanningen om internationale relaties op te bouwen en blijvend te onderhouden zet de Nederlandse farmaceutische industrie internationaal, meer dan nu het geval het is, letterlijk op de kaart.\n\nBELEIDSAANBEVELINGEN\nUit het onderzoek zijn twee hoofdaanbevelingen naar voren gekomen die een positief effect kunnen hebben op het aantrekken van de kennisintensieve samenwerking van Canadese farmaceuten. Allereerst is een grote, exclusieve, innovatieve kennismassa belangrijk. Deze basis is in Nederland aanwezig, maar dient ook gestimuleerd te blijven om internationaal competitief te zijn. In het innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2010) staat deze sector ook centraal. Onder meer door het verbeteren van de innovatieklimaat en het stimuleren van jonge bedrijven wordt hier invulling aan gegeven.\nTen tweede is internationale zichtbaarheid erg belangrijk om gevonden te worden in internationale netwerken. Ter bevordering van deze internationale zichtbaarheid worden er drie beleidsaanbevelingen voorgesteld:\n1. Internationale beurzen, congressen\nGrotere aanwezigheid (leveren sprekers) bij alle internationale beurzen en congress
Fetched live from OpenAlex and de-inverted. Abstracts are not stored in this database: the inverted indexes are 8.6 GB of the frame’s 9.3 GB of text, and the host has 13 GB free.
How this classification was reachedexpand
Full frame distilled prediction
Teacher imitationNot calibrated prevalence, not ground truth. Human validation pending. Learned from the 10,348 direct Codex labels and 10,348 direct Gemma labels. Candidate is the union of thresholded teacher heads; consensus is their intersection. These outputs are machine_predicted_unvalidated and are not human labels or direct frontier model labels.
Codex and Gemma teacher scores by category
| Category | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Metaresearch | 0.001 | 0.000 |
| Meta-epidemiology (narrow) | 0.001 | 0.001 |
| Meta-epidemiology (broad) | 0.001 | 0.000 |
| Bibliometrics | 0.001 | 0.003 |
| Science and technology studies | 0.005 | 0.001 |
| Scholarly communication | 0.000 | 0.001 |
| Open science | 0.002 | 0.001 |
| Research integrity | 0.001 | 0.003 |
| Insufficient payload (model declined to judge) | 0.001 | 0.000 |
Machine scores (provisional)
The two teacher heads of the student model, read on this work. A score orders the frame for review; it never asserts a category, and the validation status ships verbatim with every row.
Baseline scores from an immature model (maturity gate not passed, 7 training rounds). Scores rank; they never assert a category.
score_only:v0-immature-baseline · verbatim from the scoring run: score_only means the number may rank works, and no category label ships from itClassification
machine, unvalidatedMachine predicted; a candidate call from one teacher head, not a consensus.
How this classification was reached, model by model and score by score, is at the end of the page under "How this classification was reached".