MétaCan
Menu
Back to cohort
Record W7036031972

Alternatieve Waterkeringen: Een verkenning naar nieuwe concepten voor kustverdediging in het kader van Beleid Ondersteuning Programmabureau Zuidwestelijke Delta

2012· report· nl· W7036031972 on OpenAlexaboutno aff

Bibliographic record

VenueResearch Repository (Delft University of Technology) · 2012
Typereport
Languagenl
Field
Topic
Canadian institutionsnot available
Fundersnot available
KeywordsChinaVolunteer workSustainable development
DOInot available

Abstract

fetched live from OpenAlex

Dit onderzoek is onderdeel van het Beleid Ondersteuning 2011 Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta (BO-11-015-004) van het Ministerie van EL&I. Deze studie is onderdeel van een 5-tal taken en betreft taak 2 Alternatieve waterkeringen. Klimaatverandering en de daarmee samenhangende zeespiegelstijging, extremere stormen en hogere piekafvoeren van de rivieren leiden tot nieuwe opgaven voor kustverdediging in de Zuidwestelijke Delta. Deze ontwikkelingen vragen om flexibele en robuuste waterkeringen die veilig zijn maar ook mogelijkheden bieden voor aanpassingen (adaptief beheer). In de kennisagenda van de Zuidwestelijke Delta (waterveiligheid) is de volgende vraag benoemd: “In hoeverre zijn nieuwe concepten voor keringen (zoals Deltadijken) of gebiedsinrichting (bijvoorbeeld binnendijkse compartimentering) nodig en bruikbaar?” Dit rapport heeft daarom tot doel om nieuwe concepten voor keringen en kansen voor inbedding van deze concepten in en rondom de Oosterschelde te inventariseren. Het eerste deel van de studie betreft een algemene inventarisatie van nieuwe concepten in getijdensystemen die daardoor ook relevant zijn voor andere Deelprogramma’s (zoals Kust en Waddenzee). Het grootste deel van de Nederlandse kust wordt beschermd door stranden en duinen die jaarlijks worden gesuppleerd. In de Zuidwestelijke Delta op de koppen van de eilanden is dit ook zo, maar in de Oosterschelde en Westerschelde zijn het vooral de dijken die in kustverdediging voorzien. Dijken zijn al eeuwenlang een effectieve manier van kustverdediging en hebben ze een belangrijke rol gespeeld in het uitbreiden en inpolderen van nieuw land. Gemaakt van gebiedseigen materiaal kunnen ze relatief gemakkelijk aangepast (opgehoogd of verstevigd) worden en zijn ze een relatief goedkope oplossing voor laaggelegen kustgebieden met een lage grondprijs (Brampton 2002). Echter zorgen dijken ook voor een steeds groter wordend hoogte verschil tussen een stijgende zeespiegel en een inklinkende bodem. Doordat ze statisch zijn, zijn dijken niet gemakkelijk aan te passen op veranderende omstandigheden zoals zeespiegelstijging en belemmeren ze natuurlijke sedimentatie. Daarnaast zorgt een groter verhang tussen land en zee ervoor dat àls de dijk breekt de impact van een overstroming groter is. Ook veroorzaakt dit een toename in zoute kwel binnendijks. “Alternatieve keringen” zijn nieuwe typen (of aanpassingen aan) keringen die veiligheid bieden tegen overstromingen maar ook gericht zijn op meer ruimte voor natuurlijke processen (zie figuur op de volgende bladzijde). De mogelijkheden voor nieuwe typen keringen hangen nauw samen met lokale omstandigheden. Alternatieve waterkeringen zoals besproken in deze studie resulteren doorgaans in bredere keringen die in zee- en/of landwaartse richting zijn uitgebreid en bieden meer mogelijkheden voor medegebruik zoals aquacultuur, natuur en recreatie dan reguliere dijken. Bredere keringen zijn robuuster en kunnen een rol vervullen in het ecologisch functioneren van de aanliggende wateren van belang voor de ecologische veerkracht van het systeem (zie BO taak 1 Ecologische begrippen). Type keringen gericht op het vasthouden van sediment en bevorderen van sedimentatie kunnen onder de juiste randvoorwaarden meestijgen met de zeespiegelstijging (zoals Sedimentatiegebieden of buitendijkse slikken en schorren) en op lange termijn bijdragen aan een robuuste kustzone. Buitendijkse concepten bestaan uit behoud of uitbreiden van voorlanden waardoor de golfaanval op de kust afneemt en meer intergetijdengebied ontstaat met waardevol habitat voor mariene en estuariene soorten zoals gebruik van schelpdier riffen of (strategisch suppleren). Nieuwe concepten voor aanpassingen aan de dijk zelf zijn gericht op het veiliger en/of ecologisch aantrekkelijker maken met kansen voor mede gebruik zonder dat deze hoeft worden opgehoogd. Binnendijkse maatregelen zijn erop gericht de kustverdediging in binnendijkse richting te verbreden naar een kustzone met een meer geleidelijke overgang tussen land en zee. Zo is het Inlagen concept een manier om overstromingsrisico’s te zoneren door gebruik van dubbeldijken waarbij de veiligheidsnorm voor de primaire dijk lager kan zijn. Bij toepassing van Sedimentatiegebieden wordt binnendijks gebied onder invloed van het getij gezet. Onder de juiste randvoorwaarden treedt schorvorming op waardoor het gebied kan opslibben en kan meegroeien met de zeespiegelstijging. Dit draagt bij aan een robuuste, veilige kustzone en is daarnaast ook een manier om verlies van intergetijdengebied te compenseren bijvoorbeeld als habitat herstel in het kader van Natura 2000. De veiligheid langs de Oosterschelde wordt gewaarborgd door dijken en bij extreem hoog water (>3m NAP) gaat de stormvloedkering dicht. Naast de waardevolle ecologische waarde van het gebied is de Oosterschelde ook van groot belang voor de schelpdiersector en aantrekkelijk voor waterrecreatie (met name voor duikers). Door de zandhonger staan de natuurwaarden onder druk en als gevolg hiervan eroderen intergetijdengebieden en neemt de golfbelasting op de dijken toe. Kansen voor alternatieve waterkeringen in de Oosterschelde zijn met name de Inlagen, toepassing van Oesterriffen en Nieuwe dijken zoals Klimaatdijk, Duindijk en Rijke Dijk. Het lopende experiment met oesterriffen moet echter hun werking nog uitwijzen. Door een sedimenttekort in de Oosterschelde en de relatief lage sedimentlading van het water hebben Sedimentatiegebieden weinig potentie doordat ze niet genoeg sediment zullen ontvangen om de zeespiegelstijging bij te houden. Zo heeft de Westerschelde meer potentie voor toepassing van Sedimentatiegebieden omdat de sedimentbeschikbaarheid daar veel hoger is. De alternatieve waterkeringen besproken in deze studie zijn nog jonge concepten in ontwikkeling. Sommigen worden al ingezet als kustverdediging of natuurherstelmaatregel (zoals Sedimentatiegebieden (Verenigd Koninkrijk)) en andere zijn nog meer in een onderzoeks-/pionierfase (Schelpdierriffen, Strategisch suppleren, Inlagen, Duindijk, Rijke Dijken) of zelfs nog een concept wat nog niet is toegepast (Klimaatdijk). Om de werking en mogelijkheden voor toepassing beter te begrijpen is meer ervaring, onderzoek en monitoring van bestaande concepten nodig. De kennis die hieruit ontwikkelt kan worden geeft voeding aan de strategiekeuze voor de lange termijn veiligheid van de Zuidwestelijke Delta.

Fetched live from OpenAlex and de-inverted. Abstracts are not stored in this database: the inverted indexes are 8.6 GB of the frame’s 9.3 GB of text, and the host has 13 GB free.

How this classification was reachedexpand

Full frame distilled prediction

Teacher imitation

Not calibrated prevalence, not ground truth. Human validation pending. Learned from the 10,348 direct Codex labels and 10,348 direct Gemma labels. Candidate is the union of thresholded teacher heads; consensus is their intersection. These outputs are machine_predicted_unvalidated and are not human labels or direct frontier model labels.

metaresearch head score (Codex)0.009
metaresearch head score (Gemma)0.001
Version: codex-gemma-dda1882f352aValidation status: machine_predicted_unvalidated
Candidate categoriesMeta-epidemiology (narrow), Bibliometrics, Science and technology studies, Open science, Research integrity, Insufficient payload (model declined to judge)
Consensus categoriesMeta-epidemiology (narrow), Science and technology studies, Research integrity
DomainCandidate signal: none · Consensus signal: none
Study designCandidate signal: Not applicable · Consensus signal: none
GenreCandidate signal: Empirical · Consensus signal: Empirical
Teacher disagreement score0.794
Threshold uncertainty score1.000

Codex and Gemma teacher scores by category

CategoryCodexGemma
Metaresearch0.0090.001
Meta-epidemiology (narrow)0.0020.003
Meta-epidemiology (broad)0.0040.001
Bibliometrics0.0130.007
Science and technology studies0.0030.008
Scholarly communication0.0000.002
Open science0.0070.008
Research integrity0.0060.012
Insufficient payload (model declined to judge)0.0000.001

Machine scores (provisional)

The two teacher heads of the student model, read on this work. A score orders the frame for review; it never asserts a category, and the validation status ships verbatim with every row.

Baseline scores from an immature model (maturity gate not passed, 7 training rounds). Scores rank; they never assert a category.

Opus teacher head0.097
GPT teacher head0.332
Teacher spread0.236 · how far apart the two teachers sit on this one work
Validation statusscore_only:v0-immature-baseline · verbatim from the scoring run: score_only means the number may rank works, and no category label ships from it

Classification

machine, unvalidated

Machine predicted; both teacher heads agree on what is shown here.

Study designNot applicable
Domainnot available
GenreEmpirical

How this classification was reached, model by model and score by score, is at the end of the page under "How this classification was reached".

Quick stats

Citations0
Published2012
Admission routes1
Has abstractyes

Explore more

Same venueResearch Repository (Delft University of Technology)French-language works237,207