Plangebied Nieuwbouwproject 32 plaatsen, zorginstelling Willem van den Bergh te Noordwijk, gemeente Noordwijk
Pourquoi ce travail est dans la base
Une base qui oublie comment elle a trouvé un travail ne peut pas être vérifiée. Voici les voies qui ont admis celui-ci.
Notice bibliographique
Résumé
In opdracht van 's-Heeren Loo heeft RAAP in de periode mei-juni 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Nieuwbouwproject 32 plaatsen, zorginstelling Willem van den Bergh te Noordwijk. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. In het plangebied is nieuwbouw voorzien, verdeeld over grofweg twee L-vormige bouwblokken met hieromheen twee kleine bergingen. Voorafgaand aan de bouw wordt grond opgebracht en de nieuwbouw wordt op 2,58 m NAP geplaatst. Naar verwachting reiken de ontgravingen ten behoeve van het plaatsen van de fundering tot circa 125 cm beneden het toekomstig maaiveld ( tot circa 1,33 m NAP). Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek bestond een hoge archeologische verwachting vanaf het neolithicum, indien in het plangebied strandwalafzettingen en hierop gelegen duinen met een goeddeels intact bodemprofiel aanwezig zijn. Er werd echter verwacht dat zulke kansrijke afzettingen oostelijker gelegen waren en/of waren geërodeerd door latere activiteit in het Oude Rijnestuarium. Indien in het plangebied goed gerijpte en ontkalkte afzettingen aanwezig zijn, die in hogere delen van het Oude Rijnestuarium zijn gevormd (kwelderafzettingen), bestond voor deze lagen een middelhoge archeologische verwachting vanaf de bronstijd-ijzertijd. Op basis van de geraadpleegde bronnen en kaarten bestond een lage archeologische verwachting voor de late middeleeuwen-nieuwe tijd, met uitzondering voor de periode van de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk was op basis van een Canadese inlichtingentekening een ingegraven Duitse positie (‘unoccupied weapons pit’) binnen de grenzen van het plangebied aanwezig. Verkennend booronderzoek In het plangebied bestaat de bodem op de meeste locaties tot 1,17-1,68 m NAP uit opgebrachte of geroerde grond. Ter plaatse van boring 6 in de noordoosthoek van het plangebied is de bodemopbouw diep verstoord (minimaal tot 0,27 m –NAP). Dit houdt wellicht verband met de voormalige bebouwing op deze locatie. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied blijkt de top van het Jong Duinzand echter nog deels intact en de verder naar het noorden gelegen boring 5 is op grofweg hetzelfde niveau (1,58 m NAP) gestuit, mogelijk op constructies of gebouwresten. In principe bestaat voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor de nieuwe tijd (met uitzondering van de periode van de Tweede Wereldoorlog), maar gezien deze goeddeels intacte bodemopbouw, eventueel de aanwezigheid van gebouwresten en de op de Canadian Defence Overprints aangegeven ingegraven Duitse positie kan de aanwezigheid van sporen en resten uit deze periode niet worden uitgesloten. In een enkele boring in het zuidelijk deel van het plangebied zijn, onder het Jong Duinzand, strandafzettingen met een humeuze top aangetroffen, die worden afgedekt door veen (vanaf 0,75 m NAP). Voor dit niveau bestaat een middelhoge archeologische verwachting: ten oosten van het plangebied is (op de strandwal) op grofweg hetzelfde niveau een nederzetting uit de ijzertijd-Romeinse tijd aangetroffen, maar de kans dat deze zich uitstrekte tot in de voorliggende strandvlakte wordt klein geacht. Voor de onderliggende getijdenafzettingen bestaat een lage archeologische verwachting, aangezien ze geen tekenen van rijping en bodemvorming vertonen en in een intergetijdenmilieu in het Oude Rijnestuarium zullen zijn gevormd. Voor het mogelijke Oud Duinzand, dat aan de basis van twee boringen is aangetroffen (vanaf 0,11-0,48 m –NAP), bestaat eveneens een lage archeologische verwachting: deze afzettingen vertonen geen tekenen van bodemvorming, zijn relatief laag gelegen en worden afgedekt door een dunne laag getijdenafzettingen, waardoor kan worden aangenomen dat de top van deze lagen zal zijn geërodeerd. Advies Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het westelijk deel van het plangebied sprake is van Jonge Duinafzettingen met een goeddeels intact bodemprofiel, waardoor mogelijk archeologische sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen worden bedreigd door de bouw van het westelijk gelegen L-vormige gebouw. In de zuidoosthoek van het plangebied (waar geen diepe bodemingrepen zijn voorzien) kunnen mogelijk sporen en resten uit de periode ijzertijd-middeleeuwen in de top van de strandafzettingen aanwezig zijn. Het uitgangspunt van de advisering is in situ behoud van eventueel aanwezige archeologische resten en/of potentiële archeologische niveaus, waardoor verstoring van de genoemde archeologisch relevante niveaus wordt voorkomen. In dit kader is geadviseerd om de resultaten van dit onderzoek in te passen in de voorgenomen werkzaamheden en graafwerkzaamheden dieper dan 1,6 m NAP te vermijden in het westelijk deel van het plangebied. Met de opdrachtgever is de mogelijkheid besproken om extra grond op te brengen (tot 2,85 m NAP), waardoor geen archeologische resten bedreigd zouden worden bij de voorziene ontgravingen tot maximaal 125 cm beneden het toekomstig maaiveld in het kader van de funderingen. Dit bleek niet mogelijk, aangezien het toegangspad in dit geval dusdanig zou moeten worden aangepast in de inrichting dat het gebouw niet goed bereikbaar zou zijn voor rolstoelen. Aangezien zulke inpassing van de resultaten van het onderzoek niet mogelijk is gebleken, wordt aanbevolen de volgende vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen. Er wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorziene ophoging een proefsleuvenonderzoek (protocol IVO-P) uit te voeren in het toekomstig bouwvlak van het westelijk gelegen L-vormige gebouw om de aanwezigheid van sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog (of ouder) te toetsen (figuur 20). Voorafgaand aan dit type gravend vervolgonderzoek, dient een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Indien de plannen wijzigen en bijvoorbeeld de locatie van het westelijke gebouw verschuift moet de noodzaak van een proefsleuvenonderzoek, alsmede de omvang van het te onderzoeken gebied, opnieuw worden geëvalueerd. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de in dit rapport gespecificeerde bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
Récupéré en direct depuis OpenAlex et désinversé. Les résumés ne sont pas conservés dans cette base de données : les index inversés représentent 8,6 Go des 9,3 Go de texte de la base, et le serveur dispose de 13 Go libres.
Prédiction distillée sur la base complète
Imitation des enseignantsNi prévalence calibrée, ni vérité terrain. Validation humaine à venir. Apprise à partir de 10 348 étiquettes directes de Codex et de 10 348 étiquettes directes de Gemma. Le mode candidate est l'union des têtes enseignantes seuillées; le consensus est leur intersection. Ces sorties portent le statut machine_predicted_unvalidated et ne sont ni des étiquettes humaines ni des étiquettes directes de modèles de pointe.
Scores Codex et Gemma par catégorie
| Catégorie | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Métarecherche | 0,026 | 0,032 |
| Méta-épidémiologie (sens strict) | 0,002 | 0,002 |
| Méta-épidémiologie (sens large) | 0,003 | 0,000 |
| Bibliométrie | 0,002 | 0,002 |
| Études des sciences et des technologies | 0,005 | 0,002 |
| Communication savante | 0,000 | 0,001 |
| Science ouverte | 0,009 | 0,018 |
| Intégrité de la recherche | 0,002 | 0,015 |
| Charge utile insuffisante (le modèle a refusé de juger) | 0,153 | 0,006 |
Scores machine (provisoires)
Les deux têtes enseignantes du modèle étudiant, lues sur ce travail. Un score ordonne la base pour la relecture; il n'affirme jamais une catégorie, et le statut de validation accompagne chaque rangée tel quel.
Scores de référence d'un modèle non mature (critères de maturité non atteints, 7 itérations). Un score ordonne; il n'affirme jamais une catégorie.
score_only:v0-immature-baseline · tel quel depuis la passe de notation : score_only signifie que le nombre peut ordonner les travaux, et qu'aucune étiquette de catégorie n'en découle