MétaCan
Menu
Retour à la cohorte
Enregistrement W6980201643

The Belgian system of party and campaign finance: an analysis from a comparative perspective

2008· article· nl· W6980201643 sur OpenAlexaboutno aff

Notice bibliographique

RevueLirias (KU Leuven) · 2008
Typearticle
Languenl
DomaineMedicine
ThématiqueCancer Immunotherapy and Biomarkers
Établissements canadiensnon disponible
Organismes subventionnairesnon disponible
Mots-clésHoly SeeEuropean unionErasmus+
DOInon disponible

Résumé

récupéré en direct d'OpenAlex

HET SYSTEEM VAN PARTIJ- EN CAMPAGNEFINANCIERING IN BELGIE:EEN ANALYSE VANUIT VERGELIJKEND PERSPECTIEF Hoewel de laatste tijd meer en meer onderzoeken verschijnen, blijft het aantal studies over partij- en campagnefinanciering op internationaal gebied redelijk beperkt. Op nationaal vlak mogen we zelfs stellen dat dit studiedomein onontgonnen gebied is. Dit geeft direct de relevantie van dit doctoraatsonderzoek aan. Tot nu toe is er immers geen uitgebreid onderzoek gedaan dat alle componenten van partij- en campagnefinanciering omvat of dat een typologie opstelt. Ook de Belgische case, haar evolutie en vooral de bedragen in de boekhoudingen van de politieke partijen bleven onaangeraakt. Daarenboven worden nergens verklarende factoren voor het ontwerp of veranderingen van systemen systematisch opgesomd. Het was dan ook het doel van dit doctoraat om deze leemten op te vullen. In het eerste deel van het onderzoek werd daarom een typologie opgebouwd van systemen van partij- en campagnefinanciering, zodat een kader ontstaat waarbinnen systemen van partij- en campagnefinanciering onderling vergeleken kunnen worden. Vanuit dit vergelijkend perspectief werd in de tweede plaats een uitgebreide analyse van het Belgische systeem van partij- en campagnefinanciering, haar praktijk, evolutie en de motivering voor die evolutie gemaakt. De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek worden hierna in drie delen besproken: de typologie, de evolutie van de plaats van het Belgische systeem in de typologie en tenslotte de verklarende factoren. Voor de opbouw van de typologie werden alle onderdelen van elk systeem van partij- en campagnefinanciering systematisch in kaart gebracht en ingedeeld in vier clusters van variabelen: de regelgeving betreffende de private inkomsten, deze betreffende de publieke inkomsten, betreffende de uitgaven en tenslotte betreffende de transparantie en controle in het systeem. In elke stap in de opbouw van de typologie werd de werkbaarheid van de typologie getoetst door de actuele situatie van negentien systemen van partij- en campagnefinanciering in de typologie in te voegen. Deze systemen die zijn ingevoegd, zijn de systemen van enkele landen die op het vlak van hun politieke structuur vergelijkbaar zijn met België: OESO-landen waar het staatshoofd en/of de regeringsleider niet rechtstreeks verkozen worden. De uiteindelijke typologie bestaat uit 8 types die elk twee varianten kennen en die elk een naam gekregen hebben. Eén type is duidelijk dominant in deze groep van landen. Negen van de negentien cases zijn een voorbeeld van het type van het basisinkomen, dat alle landen omvat die uitsluitend sterk reguleren op de dimensie publieke financiering, zonder dat ze tegelijkertijd de uitgaven of private inkomsten sterk beperken. Net als bij het principe van het basisinkomen voor burgers, krijgen partijen dus financiële steun van de overheid. Ze mogen ook op andere manieren geld ophalen en er zijn geen voorwaarden verbonden aan de manier waarop ze dat geld uitgeven. Na de bespreking van de evolutie van de regelgeving in België op elk van deze dimensies, werd ook de Belgische case in de typologie opgenomen. In 1970 kende het Belgische systeem enkel regulering op vlak van private inkomsten (fiscale aftrekbaarheid giften aan studiediensten). Daardoor is het Belgische systeem in 1970 en 1975 een voorbeeld van het type van de volledige vrijheid: de partijen worden immers volledig vrij gelaten in de manier waarop ze geld verzamelen en uitgeven. Vanaf de jaren 1980 kwamen er steeds meer vormen van publieke inkomsten bij (fractietoelagen, verbonden instellingen, indirecte financiering), waardoor het systeem in 1980 en 1985 zijn plaats inneemt bij het type van het basisinkomen, wat vandaag dominant is in het grootste deel van de landen die zijn opgenomen in de typologie. Na de introductie van de wet D’Hoore, die vooral bekend is voor het invoeren van de federale dotatie, schuift het systeem in 1990 inderdaad naar het maximumpunt met betrekking tot de publieke inkomsten. Toch wordt de grootste sprong ten opzichte van 1985 gemaakt op de dimensie van de uitgaven: door de invoering van de strenge beperkingen met betrekking tot de verkiezingsuitgaven. Sinds 1990 kan het Belgische systeem dan ook als een voorbeeld gezien worden van het type van de gebonden subsidie: dit type voorziet naast een sterke regulering inzake uitgaven (vandaar de term gebonden) ook in een uitgebreid aanbod van publieke middelen voor de partijen. Pas in 1995 waren de transparantie en controle-eisen strenger geworden en verschuift het Belgische systeem op de dimensie van de private inkomsten: in 1995 werd beperkt wie er mag geven en vijf jaar later ook hoeveel men mag geven. In 2005 tenslotte, haalt het systeem ook het maximum op de dimensie van de uitgaven, omdat op dat moment ook de ‘third party spending’ expliciet verboden wordt. Sinds 2000 bevindt het Belgische systeem van partij- en campagnefinanciering zich daarom op het niveau van Canada, dat op alle dimensies sterk reguleert: België is dan een voorbeeld van het type van de gebonden all-in dotatie: partijen krijgen voldoende geld van de overheid, mogen niet elders gaan bijverdienen en moeten zich aan bepaalde voorwaarden houden als ze dat geld willen uitgeven. Wat de bevindingen met betrekking tot de verklarende factoren tenslotte betreft, moeten we vaststellen dat vooral de angst voor corruptie en de stijgende campagnekosten doorslaggevend waren op de belangrijke momenten. Omdat de fractietoelagen in de jaren 70 en 80 niet voldoende waren om de kosten te dekken, gingen de partijen bij bedrijven op zoek naar financiële middelen, wat partijen wel uitermate gevoelig maakte voor corruptie. In 1989 en 1993 beslisten de partijen dan ook om een overheidsdotatie in te voeren en ter compensatie alle giften van bedrijven te verbieden. Toch was het pas nadat deze strenge maatregelen waren genomen dat de grote corruptieschandalen in de pers bekend raakten. Dat doet vermoeden dat het aanpassen van het systeem niet rechtstreeks veroorzaakt werd door het bekend worden van die schandalen, maar dat de politici eerder vreesden dat deze zouden uitkomen en ze zich met deze aanpassingen konden indekken tegen de negatieve reacties van het publiek. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de invoering en verhoging van de federale en regionale dotaties (1989, 1993, 1996, 2001) er gekomen zijn in antwoord op de stijgende campagnekosten die veroorzaakt werden door meer competitieve campagnes en de organisatie van aparte regionale verkiezingen. Wat de strategie van de partijen betreft, blijkt uit het onderzoek dat de kleine partijen in het parlement steeds een groter deel van de overheidsdotatie ontvingen dan waar ze op proportionele basis recht op zouden hebben. Dat maakt dat de controverse die er in de beginjaren was tegen deze overheidsfinanciering stilaan wegebde en plaats maakte voor een brede consensus. Bovenop deze factoren die door de literatuur worden aangeboden, heeft het onderzoek uitgewezen dat er nog een vijfde factor moet worden toegevoegd: de institutionele ontwikkeling van een land, en meer bepaald het proces van federalisering heeft in België een heel belangrijke rol gespeeld. De federalisering creëerde immers een extra opportuniteit om de overheidsfinanciering verder uit te bouwen: elk parlement kon nu immers een eigen fractietoelage invoeren en eventueel zelfs een dotatie.

Récupéré en direct depuis OpenAlex et désinversé. Les résumés ne sont pas conservés dans cette base de données : les index inversés représentent 8,6 Go des 9,3 Go de texte de la base, et le serveur dispose de 13 Go libres.

Comment cette classification a été obtenuedéplier

Prédiction distillée sur la base complète

Imitation des enseignants

Ni prévalence calibrée, ni vérité terrain. Validation humaine à venir. Apprise à partir de 10 348 étiquettes directes de Codex et de 10 348 étiquettes directes de Gemma. Le mode candidate est l'union des têtes enseignantes seuillées; le consensus est leur intersection. Ces sorties portent le statut machine_predicted_unvalidated et ne sont ni des étiquettes humaines ni des étiquettes directes de modèles de pointe.

score de la tête « metaresearch » (Codex)0,001
score de la tête « metaresearch » (Gemma)0,000
Version: codex-gemma-dda1882f352aStatut de validation: machine_predicted_unvalidated
Catégories candidatesMéta-épidémiologie (sens strict)
Catégories consensuellesaucune
DomaineSignal candidat: aucune · Signal consensuel: aucune
Devis d'étudeSignal candidat: Qualitatif · Signal consensuel: aucune
GenreSignal candidat: Empirique · Signal consensuel: Empirique
Score de désaccord entre enseignants0,433
Score d'incertitude au seuil1,000

Scores Codex et Gemma par catégorie

CatégorieCodexGemma
Métarecherche0,0010,000
Méta-épidémiologie (sens strict)0,0000,000
Méta-épidémiologie (sens large)0,0010,000
Bibliométrie0,0000,001
Études des sciences et des technologies0,0010,001
Communication savante0,0000,000
Science ouverte0,0000,000
Intégrité de la recherche0,0000,000
Charge utile insuffisante (le modèle a refusé de juger)0,0000,000

Scores machine (provisoires)

Les deux têtes enseignantes du modèle étudiant, lues sur ce travail. Un score ordonne la base pour la relecture; il n'affirme jamais une catégorie, et le statut de validation accompagne chaque rangée tel quel.

Scores de référence d'un modèle non mature (critères de maturité non atteints, 7 itérations). Un score ordonne; il n'affirme jamais une catégorie.

Tête enseignante Opus0,034
Tête enseignante GPT0,296
Écart entre enseignants0,262 · la distance entre les deux têtes enseignantes sur ce seul travail
Statut de validationscore_only:v0-immature-baseline · tel quel depuis la passe de notation : score_only signifie que le nombre peut ordonner les travaux, et qu'aucune étiquette de catégorie n'en découle

Classification

machine, non validée

Prédiction automatique; un appel candidat d’une seule tête enseignante, pas un consensus.

Devis d'étudeQualitatif
Domainenon disponible
GenreEmpirique

Le détail, modèle par modèle et score par score, se trouve en fin de page sous « Comment cette classification a été obtenue ».

En bref

Citations0
Publié2008
Routes d'admission1
Résumé présentoui

Explorer davantage

Même revueLirias (KU Leuven)Même sujetCancer Immunotherapy and BiomarkersTravaux en français237 207