Percutaneous tibial nerve stimulation in lower urinary treat disorders
Pourquoi ce travail est dans la base
Une base qui oublie comment elle a trouvé un travail ne peut pas être vérifiée. Voici les voies qui ont admis celui-ci.
Notice bibliographique
Résumé
Synopsis Wanneer bij disfunctie van de lagere urinewegen conservatieve behandeling faalt en operatieve therapie met al haar nadelen opdoemt aan de horizon, kan neuro-modulatie een welkom alternatief zijn. Tot nu toe is sacrale neuromodulatie van de vele methoden onderzocht in de laatste jaren het succesvolst gebleken. Het betreft hier echter een dure techniek die speciale vaardigheden vereist. Het zal dan ook niemand verbazen dat de zoektocht naar nog betere alternatieven voortgaat. Dit proefschrift richt zich op een van de meest recente neuromodulatievormen: de percutane stimulatie van de nervus tibialis ofwel Percutaneous Tibial Nerve Stimulation (PTNS). Hoofdstuk 1 Neurostimulatie- en -modulatietechnieken zijn niet nieuw. Spoedig na de ontdekking van elektriciteit werden de mogelijkheden voor toepassing binnen de geneeskunde al onderzocht. In dit hoofdstuk wordt het gebruik van elektrische stimulatie en neuromodulatie voor de behandeling van patiënten met disfunctie van de lagere urinewegen door de jaren heen beschreven. Informatie over behandelprocedures, stimulatieparameters, klinische resultaten, maar ook specifieke voor- en nadelen passeren de revue. Dientengevolge kan men lezen over verscheidene vormen van elektrische stimulatie van de blaas, van de nervi pudendi, over transcutane elektrische zenuwstimulatie of TENS en over elektrische stimulatie van het sacrale ruggenmerg of zijn wortels en tenslotte over elektrische stimulatie van de onderste extremiteit inclusief haar modernste variant, PTNS. Uit dit hoofdstuk kan worden geconcludeerd dat in veel publicaties relevante informatie ontbreekt en dat goede, gerandomiseerde en placebogecontroleerde studies zeldzaam zijn. Hierdoor is het amper mogelijk de verschillende modulatie-technieken met elkaar te vergelijken dan wel naar waarde te schatten. Bovendien bestaat er een aanzienlijke variatie in gerapporteerde behandelschema’s en -para-meters, maar ook in criteria voor succes, wat een verdere barrière vormt voor een goede vergelijking van studies zowel over verschillende neuromodulatievormen als over identieke technieken onderling. Tenslotte zijn patiëntengroepen in de studies beschreven niet uniform, voornamelijk waar het gaat om definitie en duur van de klachten en de eerder toegepaste therapieën. Buiten het feit dat dit de onderlinge vergelijking nog eens verder bemoeilijkt, staat het ook de determinatie van prognostische factoren voor een succesvol behandelresultaat in de weg. Desalniettemin kan men in het algemeen stellen dat neuromodulatie resulteert in een 30-50% kans op klinisch succes (‘intention to treat’). Het beïnvloeden van de innervatie van de lagere urinewegen op het niveau van de sacrale wortels blijkt tot op heden het meest solide, zowel bij neurologische als bij niet-neurologische patiënten. Het heeft het voordeel van een testmogelijkheid vóór definitieve implantatie, waardoor een striktere patiëntenselectie kan plaatsvinden met als gevolg een verbetering van het behandelresultaat, het nadeel is echter de invasiviteit. Niet-invasieve technieken ontberen screeningsmogelijkheden en in geval van succes zijn patiënten vrijwel altijd gebonden aan een onderhoudsbehandeling. Het is tegen deze achtergrond dat de ontwikkeling en de mogelijk klinische waarde van de nieuwe neuromodulatietechniek PTNS dient te worden bezien. Hoofdstuk 2 Om de mogelijke waarde van PTNS te onderzoeken werd allereerst een haalbaarheidsstudie uitgevoerd bij 49 patiënten met overactieve blaas of niet-obstructieve urineretentie, indicaties bekend van andere neuromodulatievormen. PTNS werd in een prospectieve, multicentrische studie geëvalueerd bij 37 patiënten met symptomen van een overactieve blaas (dat wil zeggen: urgency/frequency syndroom en/of urge incontinentie) en 12 met niet-obstructieve urineretentie. Data werden verzameld met behulp van mictiedagboeken en ‘kwaliteit van leven’- vragenlijsten voor en na behandeling. Patiënten werden ingedeeld in responders, zij die succesvol reageerden op de therapie en na de initiële 12 weken verkozen door te gaan, en niet-responders, zij die de behandeling staakten. Een positieve respons werd gezien bij 60% van de patiënten. Bij patiënten met overactieve blaas werd een statistisch significante daling gezien van het aantal incontinentie-episodes, gebruikte verbandjes, mictiefrequentie en de nycturie, terwijl een vergelijkbare stijging werd gezien in het gemiddelde en het kleinste geplaste volume. Bij niet-obstructieve urineretentie werden eveneens veranderingen gezien in het aantal katheterisaties, het gemiddelde en totale gekatheteriseerde volume en het gemiddelde en totale geplaste volume. Ziektespecifieke ‘kwaliteit van leven’-vragenlijsten en enkele domeinen van de algemene ‘kwaliteit van leven’-vragenlijst verbeterden, vooral bij blaasoveractiviteit. Slechts zeer milde bijwerkingen werden waargenomen. Aangemoedigd door deze resultaten werden verschillende indicatiegebieden meer in detail bestudeerd. Evaluatie van blaasoveractiviteit en niet-obstructieve urineretentie vond plaats door Vandoninck et al. 1,2 Dit hoofdstuk presenteert de uitkomsten van PTNS als behandeling van chronische bekkenpijn. In een prospectieve, multicentrische studie werd PTNS geëvalueerd bij 33 patiënten met deze aandoening. Effecten werden gevolgd middels Visual Analogue Scale (VAS) voor pijn dagboeken, de McGill pijn vragenlijst en de SF-36 vragenlijst voor de algemene kwaliteit van leven, afgenomen voor en na 12 weken therapie. Subjectieve respons was gedefinieerd als boven beschreven (het verzoek van patiënt het behaalde resultaat te behouden middels onderhoudsbehandeling), maar nu werd ook een meer objectief responscriterium (daling van het gemiddelde VAS van meer dan 50% en een VAS van minder dan 3 na behandeling) geïncludeerd. Een subjectieve respons werd bij 42% van de patiënten gezien. Bij 7 patiënten (21%) daalde de gemiddelde VAS meer dan 50%, in nog eens 6 gevallen (18%) met meer dan 25%. Na 12 weken therapie eindigden 7 patiënten (21%) met een VAS onder de 3. In de gehele patiëntengroep verbeterde de kwaliteit van leven (SF-36) significant, net als de totale pijn intensiteit (McGill). Deze zeer bescheiden resultaten zijn in overeenstemming met uitkomsten van andere neuromodulatievormen bij chronische bekkenpijn. Tenslotte werd onderzocht in hoeverre, voor de drie indicatiegebieden gecombineerd, een succesvolle PTNS therapie ook een verbetering van het seksueel functioneren tot gevolg had. Hiertoe werden 121 met PTNS behandelde patiënten met een overactieve blaas (N=83), chronische bekkenpijn (N=23) of niet-obstructieve urineretentie (N=15) geëvalueerd. Om informatie te verkrijgen over het seksueel functioneren werd een gestandaardiseerde vragenlijst door patiënten ingevuld voor en na 12 weken PTNS. Voorafgaand aan de therapie werden diverse aspecten van het seksueel functioneren als afwijkend beschouwd in 25,3 tot 45,6% van de gevallen. Dit verbeterde significant na behandeling. Patiënten die het meest profiteerden waren
Récupéré en direct depuis OpenAlex et désinversé. Les résumés ne sont pas conservés dans cette base de données : les index inversés représentent 8,6 Go des 9,3 Go de texte de la base, et le serveur dispose de 13 Go libres.
Prédiction distillée sur la base complète
Imitation des enseignantsNi prévalence calibrée, ni vérité terrain. Validation humaine à venir. Apprise à partir de 10 348 étiquettes directes de Codex et de 10 348 étiquettes directes de Gemma. Le mode candidate est l'union des têtes enseignantes seuillées; le consensus est leur intersection. Ces sorties portent le statut machine_predicted_unvalidated et ne sont ni des étiquettes humaines ni des étiquettes directes de modèles de pointe.
Scores Codex et Gemma par catégorie
| Catégorie | Codex | Gemma |
|---|---|---|
| Métarecherche | 0,000 | 0,000 |
| Méta-épidémiologie (sens strict) | 0,001 | 0,001 |
| Méta-épidémiologie (sens large) | 0,001 | 0,001 |
| Bibliométrie | 0,002 | 0,002 |
| Études des sciences et des technologies | 0,001 | 0,001 |
| Communication savante | 0,000 | 0,003 |
| Science ouverte | 0,003 | 0,001 |
| Intégrité de la recherche | 0,001 | 0,002 |
| Charge utile insuffisante (le modèle a refusé de juger) | 0,000 | 0,000 |
Scores machine (provisoires)
Les deux têtes enseignantes du modèle étudiant, lues sur ce travail. Un score ordonne la base pour la relecture; il n'affirme jamais une catégorie, et le statut de validation accompagne chaque rangée tel quel.
Scores de référence d'un modèle non mature (critères de maturité non atteints, 7 itérations). Un score ordonne; il n'affirme jamais une catégorie.
score_only:v0-immature-baseline · tel quel depuis la passe de notation : score_only signifie que le nombre peut ordonner les travaux, et qu'aucune étiquette de catégorie n'en découle